Hoe ouder jij, hoe jonger ik

Het is nu je zo oud bent geworden, zo oud, zo oud, dat het lijkt alsof je elke oude vrouw zou kunnen zijn. Ingevallen wangen, haren iets te lang, mond zonder tanden en je handen: de dunne, zachte huid over lange, dunne vingers. Schijnbaar niet veel meer dan botten, huid en donkere aderen net onder de oppervlakte. Mijn hand zo jong in de jouwe terwijl je slaapt, de hele nacht, de hele dag. Even gaan je ogen open, zie je me, glimlach je en dan zie ik jou: Dit is niet elke oude vrouw, die glimlach dat is enkel jij.

Spookrijden

Op de Jan Eef stap ik in bus 18 richting Slotervaart. Het is druk op straat, auto’s staan dubbel geparkeerd en degenen die er langs willen, staan in een lange file op de trambaan voor ons. De buschauffeur geeft gas, wijkt uit naar de trambaan naast ons en racet tot aan het Mercatorplein. Als we eindelijk weer op onze eigen weghelft zijn, mijn hart in mijn keel, schept hij bij de bushalte al toeterend bijna een oude vrouw die wat wankel aan de stoeprand staat. Piepend komt hij tot stilstand en als de deuren opengaan, stapt ze vriendelijk glimlachend in.