[ ]

De grijze dag zit vast.
Het is een kort moment
van rijden door de stad
met bellende fietsers
die onverwacht uit auto’s stappen
en je wijkt uit en mist maar net
de trage oude vrouw of
de man met uitslaand been
maar niet de geruite broek
de rolator met roos
de vrouw die met gebogen
knieën op platformhakken loopt.

Je raakt ze allemaal
of zij jou en je neemt ze mee
naar huis, omdat het vrijdag is
en de grijze dag in een keer zwart.

Verjaardag?

Het is donker als ik naar huis fiets en het laatste stuk is stil. Gras en bomen rechts, huizen links. Donkere, stille huizen met soms helder licht in de ramen. In een verlichte huiskamer zie ik een man staan. Ik zie bijna alles van hem, alles vanaf midkuit tot zijn polsen. Hij staat ergens op terwijl hij omhoog reikt om een ballon op te hangen. Hij is alleen en aan het plafond hangen al veel ballonnen. Ik denk dat het voor een kind is, terwijl ik langsfiets, iets langzamer om zo lang mogelijk te kijken, iemand van wie hij houdt.