Inge & Naomi en het avontuur op restaurantenjacht

We zijn de hele dag binnen gebleven en ik ben gaar, geen zin om te koken. Çalis heeft een bruisend centrum, hebben we op ons Dolmusavontuur geleerd, dus we struinen de beachboulevard af langs ‘hey lovely ladies, come in please’, ‘look at our prizes’, ‘next time maybe?’, ‘Why not?’. Alle eettenten zijn leeg, het is kwart over zeven en het lijkt wel te vroeg voor zowel de toeristen als de Turken zelf. We hebben honger als echte Nederlanders, dus we zullen eten. Alle restaurants hebben voornamelijk niet-Turks eten. En zijn dus leeg. Het trekt allemaal niet aan. Tot we het eind van de boulevard bereiken, een kleine kantineachtig restaurantje heeft zowaar twee tafeltjes vol met toeristen en niemand bij de deur staan die je eerst uit de weg moet slaan. De lamskoteletjes zijn heerlijk.

Inge & Naomi en het avontuur in de Dolmus

Onze Manita ‘de hostess’, met wel drie badges waarop staat ‘follow the leader’, heeft het nog zo helder mogelijk uitgelegd: De Dolmusbusjes rijden op de heenweg naar Fethiye centrum een andere route dan terug. We moeten de eerste keer dus naar het buscentrum in het centrum gaan en daar op de terugweg ook weer instappen, dan kunnen we zien hoe het busje rijdt en de volgende keer uitstappen en opstappen waar we willen. Omdat we brave meisjes zijn, doen we precies wat ze tegen ons gezegd heeft.

Dus hoe kan het dan dat we eindigen in een verlaten buscentrum bij een verlaten kiezelstrand dat we niet kennen, zonder onderweg ook maar iets herkenbaars te zien?

“Ehm.”

“Ja.”

Onze terugreis te voet naar de bewoonde wereld gaat gepaard met veel zweet en af en toe een giechel. Wat vragen en hulp helpen ons nog verder de onbewoonde wereld in. We worden door het tweede Dolmusbusje afgezet bij een goudfabriek met dezelfde naam als ons appartement.
Het zweten neemt toe als we per voet naar het volgende stukje bewoonde wereld proberen te komen, maar het giechelen is afgelopen. Tot we bij een grote weg uitkomen. Ik herken de minaret aan onze linkerzijde en, als we in Dolmusbusje drie zitten, Inge de rollen gaas aan de rechterzijde die ze had willen fotograferen.

Inge & Naomi en het avontuur in het leer- en goudcentrum

We hebben een ‘kennismakingsdag’ op maandag, waarbij we door Fethiye worden gereden als de decadente toeristen die we zijn, en wat hoogtepunten van Turkse cultuur voorgeschoteld krijgen: een Turkish Delight bakkertje, een leerwinkel, een goudatelier en een winkel met nep-merkkleding. De lunch was lekker.

Een meisje dat samen met ons is aangekomen heeft zo’n heimwee dat ze probeert koste wat kost vandaag nog terug te gaan naar Nederland; zolang ze er tenminste zelf niets voor hoeft te doen. -Even voor de duidelijkheid: dit is GEEN georganiseerde reis- de hostess ter plaatse van de reisorganisatie zit de hele dag aan de telefoon met vliegtuigmaatschappijen, het plaatselijke kantoor, het hoofdkantoor in Nederland en zelfs het boze (Turkse) vriendje dat nog in Nederland zit.

Tussen interessante en hoogoplopende gesprekken in het Engels, Turks en Nederlands loodst ze ons de bus uit, voor een ‘iedereen die een foto wil maken, kan dat nu doen, je hebt vijf minuten’-moment en vervolgens het leercentrum in.Waar een charmante dame meteen op ons afkomt om ons te helpen. Na een paar minuten van haar hulp:

“What would you like: pants, a coat, for summer, for winter?”

“Ehm…”

“Maybe a nice coat?”

“Ehm…”

“Why don’t you try this?”

“Eh, no, no thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

splitsen we ons met de vage hoop dat de ‘verdeel en heers’-tactiek hier zal werken. Maar nee. Uiteraard. We willen helemaal geen lamsleer kopen. Hoewel duidelijk allemaal van goede kwaliteit, zijn we nou ook weer niet zo rijk en ligt het aanbod niet helemaal in onze smaak. We zijn blij als we weer naar buiten mogen en van onze op geld beluste stalker af zijn.

Daarna komt het Goudcentrum.

“What would you like? A necklace? A ring?”

“Ehm…”

Ik sta ondertussen per ongeluk te kwijlen boven een toonbank met ragfijne gouden kettinkjes.

“Would you like to try one? This one maybe?”

Inge’s “Yes, she would” blijkt dodelijk als we later weer de helweerkaatsende zon in lopen met twee kettinkjes, een armband en een hangertje.

Inge & Naomi en het avontuur met de Turkse tijd

We zijn ’s avonds om 22.45 uur vertrokken en komen ’s ochtends om een uur of 5 plaatselijke tijd in het hotel aan. Dood- en doodmoe. We zijn zo moe, dat de hele dag zich als een soort slapstick voltrekt. Na een biertje, een zakje chips en een glas wodka, gaan we slapen. Inge op de bank in de huiskamer, ik onder de airco in de slaapkamer.

Ze maakt me wakker, het is al vijf uur ’s middags en we wilden niet de hele dag verslapen. Ik ben zo brak, dat ik mezelf onder de douche sleur, daarna afwisselend gierend van de lach en hard huilend mezelf insmeer en probeer aan te kleden. Koffie.

Ik moet koffie en Inge en ik zijn zooo blij dat we het bij ons hebben. Ik ga bijna acuut weer huilen. Omdat ik achter nauwelijks weet dat ik voor leef, vraag ik wanhopig nog een keer hoe laat het is. ‘Vijf uur.’ Na een korte stilte gevolgd door ‘geloof ik’. We gaan samen op het klokje kijken, het is nog niet aangepast aan Turkse tijd en we zijn allebei zo hersendood dat het best kan dat Inge zich vergist heeft. Bovendien is het een jaar of vier geleden dat ze een horloge heeft gehad.

Ze heeft het onderste boven gehouden. Het is elf uur plaatselijke tijd en we hebben pas vier geslapen. Maar nu zijn we op.

Cruyff heeft korte stekeltjes

Het is rust. Nederland Tjechië. 2 – 1. Eerste doelpunt al in de derde minuut. Ik zit te lezen achter mijn computer en de tv staat aan zonder geluid. Als ik gejuich hoor, kijk ik en kan ik het doelpunt meteen in de herhaling zien. Het is niet echt mijn ding, maar ik heb ook het gevoel dat ik wat mis als ik niet kijk. Iets wezenlijks.

Het is wel grappig. Ik vergeet altijd wanneer mijn vader zijn huis kocht en dan zeg ik altijd, toen Nederland het EK won, toen had hij het net een paar weken, en dan weet iedereen wanneer het was.

Ik vergeet het alleen telkens weer.