Julius’ Schatkamer

  • 5 kurken
  • 2 lippenbalsems
  • 2 pennen
  • 1 schelpje
  • 1 batterij
  • 1 propje
  • 1 plasticzakje
  • 1 blusherkwast

Terwijl ik toch meerdere keren onder de bank heb gekeken, maar nu ik hem verplaatste kwam alles toch te voorschijn.

Julius was in eerste instantie niet blij, tot hij zich realisseerde dat dit zijn favoriete schatten zijn en hij er al een hele tijd niet bij had gekund. Hij is nu blij bezig zich rijk te tellen.

Maar slim is hij niet: een schatkamer waar je zelf niet in kunt.

Cleopatra & Julius Ceasar

Cleopatra , 69 B.C.30 B.C., queen of Egypt, one of the great romantic heroines of all time.

Her name was widely used in the Ptolemaic family; there were many earlier Cleopatras. The daughter of Ptolemy XI, she was married at the age of 17 (as was the family custom) to her younger brother Ptolemy XII.

The force and character of the royal pair was, however, concentrated in the alluring (though apparently not beautiful) and ambitious queen. She led a revolt against her brother, and, obtaining the aid of Julius Caesar, she won the kingdom, although it remained a vassal of Rome.

Her young brother-husband was accidentally drowned in the Nile. She then married her still younger brother Ptolemy XIII, but she was the mistress of Caesar and followed him to Rome; there she bore a son, Caesarion (later Ptolemy XIV), who was said to be his.

Returning to Egypt after the murder of Caesar and the battle of Philippi, she was visited (42 B.C.) by Marc Antony, who had come to demand an account of her actions. He fell hopelessly in love with her, and Cleopatra, conscious of her royalty and even her claims to divinity as the pharaoh’s daughter, seems to have hoped to use Antony to reestablish the real power of the Egyptian throne. They were married in 36 B.C. Most of the Romans feared and hated Cleopatra, and Octavian (later Augustus) undertook to destroy the two lovers.

Antony and Cleopatra were defeated off Actium in 31 B.C., and, returning to Alexandria, they tried to defend themselves in Egypt. When they failed, Antony committed suicide by falling on his sword. Cleopatra, faced by the cold and unmoved Octavian, also killed herself. Her schemes failed, but her ambition, capability, and remarkable charm have left a great impression on history.

Shakespeare’s Antony and Cleopatra, based on Plutarch, describes the tragic end of the queen’s career, and Dryden’s All for Love: or, The World Well Lost is a reworking of Shakespeare. Caesar and Cleopatra, the comedy by G. B. Shaw, deals with the early years of her story.

See biographies by J. Lindsay (1971) and M. Grant (1973); J. Samson, Nefertiti and Cleopatra: Queen-Monarchs of Ancient Egypt (1987).

The Columbia Electronic Encyclopedia, 6th ed. Copyright © 2004, Columbia University Press.

———————————-

Ik vraag me af of het aan Shakespeare ligt of enkel aan de tragiek van Anthony’s en Cleopatra’s liefde of misschien wel aan Plutarch of een combinatie. Maar de meeste gewone zielen aan wie ik het vroeg, wisten niet dat Julius en Cleopatra iets hadden gehad. Ze waren alleen op de hoogte van Anthony.

Wat nog verbazingwekkender is, is dat ik wel wist van Julius en Cleopatra, maar niet van Anthony. Wat is er mis gegaan in mijn opvoeding?

Website update

Een compleet nieuwe vormgeving. Eindelijk eentje waar ik zelf ook een beetje blij van wordt. Hij is vrij eenvoudig en rustig, maar ook fris en een beetje speels. Een vriendin noemde het de lente versie. Daar kan ik me wel in vinden, hoewel ik geneigd ben het de Citrus-versie te noemen. Veel plezier!

Werkelijkheid = wat je als werkelijk ervaart

En dan heb je van die dagen, dat als je eenmaal wakker bent en je zowaar nog tijd over hebt voor je weg moet, de werkelijkheid zich langzaam begint te transformeren onder je handen.

8.50h de huiskamer. Een begin maken met het opruimen van de huiskamer omdat er morgen bezoek komt. Ik kies bij voorkeur altijd een moment dat ik (te) weinig tijd heb om een klusje te doen dat ik al lang heb uitgesteld. In dit geval de enorme stapel boeken waar ik in aan het lezen ben en die alle beschikbare oppervlakken in beslag nemen. En terwijl ik ze allemaal op een plank in de boekenkast naast mijn bureau probeer te proppen, vind ik opeens een boek waarvan ik vergeten was dat ik het gekocht had: ‘How to read and why’ by Harold Bloom (maar kijk ook even hier). Ik word er helemaal blij van en besluit het mee te nemen. Het is ten slotte een heel eind naar Driemond met het ov.

9.20h de metro. Eerst bereid ik mijn les voor, daarna lees ik de preface en de prologue. Hij zegt interessante dingen over lezen en ik herinner me hoe mijn lezen veranderde toen ik lessen creatief schrijven kreeg. Bij mijn volgende schrijfcursus, geef ik ze deze tekst, om te bespreken, te kijken wat voor invloed het op je schrijven kan hebben.

10.50h o.b. in Driemond. Les twee in het project ‘lezen en praten over kinderboeken’ in groep 6/7. De les loopt, op een goede manier, helemaal uit de hand. We hebben het over de leespatronen van de kinderen. Wanneer lees je (als mijn vader de krant leest, tijdens de koffie, als ik straf heb, voor ik ga slapen)? Wat lees je (de krant, de Pennie, een strip, griezelverhalen, Voetbal International)? Wat is je bijgebleven van het boek dat je aan het lezen bent, wat is daar opvallend aan (2 redenen blijkt: het is spannend, het kan niet in het echt). Op de een of andere manier komen we via Betrap me van Edward van de Vendel op wanneer jij bang bent om betrapt te worden. En het gesprek vliegt de klas door, iedereen (incl. juffen) zit er boven op: een taalronde van de bovenste orde! Daarom is lezen goed; het geeft je een ingang tot iemand anders werkelijkheid, het helpt je om je eigen werkelijkheid onder woorden te brengen.

12.26h bus 177. Voor de tweede keer zit ik in dezelfde bus, tegenover dezelfde man, die hetzelfde boek leest en weer de hele tijd naar me lacht. Zijn boek ziet er interessant uit: een imposante biografie over iemand die ik niet ken, geschreven door iemand die ik ook niet ken. Nu lees ik zelf ook een boek (vorige week niet) en ik zie hem af en toe gluren naar de kaft. Ik help hem een beetje. We hebben een verbondje.

H. Bloom analiseert een aantal verhalen en de verhalen en meneer Blooms commentaar inspireren mij. Ideeën voor verhalen schieten door mijn hoofd. Als ik ze nooit schrijf maakt het nog niets uit, ik begin in een stroom te raken waarin veel mogelijk is en waarbij mijn werkelijkheid zich opeens roze kleurt.

13.17h Marnixstraat. Een vrouw fietst me tegemoet, ze heeft een tijdschrift in haar ene hand, met de andere houdt ze het stuur vast. Ze leest, af en toe kijkt ze op om te zien of ze nergens tegen aan knalt. Ik vraag me af of ze dit moet lezen voor haar werk, of ze het te lang heeft laten liggen en het nu nog even, al fietsend, probeert te doen. Of dat ze gegrepen is door het artikel, echt weg moest, maar tegelijkertijd per sé het stuk uit wilde lezen. Ik hoop het laatste.

En in plaats van de dag waar ik niet veel zin in had is het geleidelijk aan de dag geworden waarin het helemaal klopt. Alles. Ik ben dan ook erg verbaasd als ik ‘s middags opeens keelpijn krijg, hoofdpijn, een snotneus en verhoging. Eigenlijk kan dat niet, niet vandaag.

Inge & Naomi en het internetavontuur

Na een X aantal experimenten, lijkt het erop dat alle woorden waar een ‘i’ in voor komt, zoals we die in, bijvoorbeeld, West Europa kennen, niet herkend worden in de adresbalk van Internet Explorer op een computer in Turkije. Voorzichtig poneren wij de stelling dat de Turkse ‘i’ een andere is dan degeen die wij gebruiken. www.planet.nl wordt wel herkend, maar www.hotmail.com wordt niet gevonden. En inlogen in je webmail als je gebruikersnaam een ‘i’ bevat is dus geheel onmogelijk.

Daar willen wij nog aan toevoegen, dat Turkse internetcafé’s druk bevolkt worden door 11 en 12 jarige jongetjes, die niet hoeven betalen, hard schreeuwen en alleen maar spelletjes spelen.

Inge en Naomi

Inge & Naomi en het avontuur in de branding

Onze eerste dag aan het strand. We hebben twee strandstoelen bemachtigd die nog min of meer heel zijn onder een scheefgebogen rieten parasolletje. Ons plekje wordt zelfs maar door twee Turken constant in de gaten gehouden.

Normaal ben ik niet verlegen, maar omdat onze persoonlijke beveiligingsdienst ons zo grondig in de gaten houdt, ben ik doodmoe als ik eindelijk me uit mijn kleren gewurmd heb zonder op te staan.

Inge voelt zich fitter en gaat meteen zwemmen. Het water is heerlijk, ook al struikelt ze er voorover in. Het is jammer dat hele lappen huid van haar hiel afgeschraapt zijn, en dat daar dan weer een handvol minuscule kiezeltjes inzitten. Een halfuur priegelen later, ziet alles er redelijk schoon uit en rusten we allebei zoet in de zon.

Ik moet ook de zee in en ben geheel onbevreesd, ik weet tenslotte dat je op moet passen bij het erin gaan. Het zeewater is heerlijk, lekkere golfjes, goede temperatuur en het erin gaan was wat glibberig, maar ging uiteindelijk goed. Bij het eruit gaan…

Inge & Naomi en het avontuur op restaurantenjacht

We zijn de hele dag binnen gebleven en ik ben gaar, geen zin om te koken. Çalis heeft een bruisend centrum, hebben we op ons Dolmusavontuur geleerd, dus we struinen de beachboulevard af langs ‘hey lovely ladies, come in please’, ‘look at our prizes’, ‘next time maybe?’, ‘Why not?’. Alle eettenten zijn leeg, het is kwart over zeven en het lijkt wel te vroeg voor zowel de toeristen als de Turken zelf. We hebben honger als echte Nederlanders, dus we zullen eten. Alle restaurants hebben voornamelijk niet-Turks eten. En zijn dus leeg. Het trekt allemaal niet aan. Tot we het eind van de boulevard bereiken, een kleine kantineachtig restaurantje heeft zowaar twee tafeltjes vol met toeristen en niemand bij de deur staan die je eerst uit de weg moet slaan. De lamskoteletjes zijn heerlijk.

Inge & Naomi en het avontuur in de Dolmus

Onze Manita ‘de hostess’, met wel drie badges waarop staat ‘follow the leader’, heeft het nog zo helder mogelijk uitgelegd: De Dolmusbusjes rijden op de heenweg naar Fethiye centrum een andere route dan terug. We moeten de eerste keer dus naar het buscentrum in het centrum gaan en daar op de terugweg ook weer instappen, dan kunnen we zien hoe het busje rijdt en de volgende keer uitstappen en opstappen waar we willen. Omdat we brave meisjes zijn, doen we precies wat ze tegen ons gezegd heeft.

Dus hoe kan het dan dat we eindigen in een verlaten buscentrum bij een verlaten kiezelstrand dat we niet kennen, zonder onderweg ook maar iets herkenbaars te zien?

“Ehm.”

“Ja.”

Onze terugreis te voet naar de bewoonde wereld gaat gepaard met veel zweet en af en toe een giechel. Wat vragen en hulp helpen ons nog verder de onbewoonde wereld in. We worden door het tweede Dolmusbusje afgezet bij een goudfabriek met dezelfde naam als ons appartement.
Het zweten neemt toe als we per voet naar het volgende stukje bewoonde wereld proberen te komen, maar het giechelen is afgelopen. Tot we bij een grote weg uitkomen. Ik herken de minaret aan onze linkerzijde en, als we in Dolmusbusje drie zitten, Inge de rollen gaas aan de rechterzijde die ze had willen fotograferen.

Inge & Naomi en het avontuur in het leer- en goudcentrum

We hebben een ‘kennismakingsdag’ op maandag, waarbij we door Fethiye worden gereden als de decadente toeristen die we zijn, en wat hoogtepunten van Turkse cultuur voorgeschoteld krijgen: een Turkish Delight bakkertje, een leerwinkel, een goudatelier en een winkel met nep-merkkleding. De lunch was lekker.

Een meisje dat samen met ons is aangekomen heeft zo’n heimwee dat ze probeert koste wat kost vandaag nog terug te gaan naar Nederland; zolang ze er tenminste zelf niets voor hoeft te doen. -Even voor de duidelijkheid: dit is GEEN georganiseerde reis- de hostess ter plaatse van de reisorganisatie zit de hele dag aan de telefoon met vliegtuigmaatschappijen, het plaatselijke kantoor, het hoofdkantoor in Nederland en zelfs het boze (Turkse) vriendje dat nog in Nederland zit.

Tussen interessante en hoogoplopende gesprekken in het Engels, Turks en Nederlands loodst ze ons de bus uit, voor een ‘iedereen die een foto wil maken, kan dat nu doen, je hebt vijf minuten’-moment en vervolgens het leercentrum in.Waar een charmante dame meteen op ons afkomt om ons te helpen. Na een paar minuten van haar hulp:

“What would you like: pants, a coat, for summer, for winter?”

“Ehm…”

“Maybe a nice coat?”

“Ehm…”

“Why don’t you try this?”

“Eh, no, no thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

“Or this?”

“No thank you.”

splitsen we ons met de vage hoop dat de ‘verdeel en heers’-tactiek hier zal werken. Maar nee. Uiteraard. We willen helemaal geen lamsleer kopen. Hoewel duidelijk allemaal van goede kwaliteit, zijn we nou ook weer niet zo rijk en ligt het aanbod niet helemaal in onze smaak. We zijn blij als we weer naar buiten mogen en van onze op geld beluste stalker af zijn.

Daarna komt het Goudcentrum.

“What would you like? A necklace? A ring?”

“Ehm…”

Ik sta ondertussen per ongeluk te kwijlen boven een toonbank met ragfijne gouden kettinkjes.

“Would you like to try one? This one maybe?”

Inge’s “Yes, she would” blijkt dodelijk als we later weer de helweerkaatsende zon in lopen met twee kettinkjes, een armband en een hangertje.

Inge & Naomi en het avontuur met de Turkse tijd

We zijn ’s avonds om 22.45 uur vertrokken en komen ’s ochtends om een uur of 5 plaatselijke tijd in het hotel aan. Dood- en doodmoe. We zijn zo moe, dat de hele dag zich als een soort slapstick voltrekt. Na een biertje, een zakje chips en een glas wodka, gaan we slapen. Inge op de bank in de huiskamer, ik onder de airco in de slaapkamer.

Ze maakt me wakker, het is al vijf uur ’s middags en we wilden niet de hele dag verslapen. Ik ben zo brak, dat ik mezelf onder de douche sleur, daarna afwisselend gierend van de lach en hard huilend mezelf insmeer en probeer aan te kleden. Koffie.

Ik moet koffie en Inge en ik zijn zooo blij dat we het bij ons hebben. Ik ga bijna acuut weer huilen. Omdat ik achter nauwelijks weet dat ik voor leef, vraag ik wanhopig nog een keer hoe laat het is. ‘Vijf uur.’ Na een korte stilte gevolgd door ‘geloof ik’. We gaan samen op het klokje kijken, het is nog niet aangepast aan Turkse tijd en we zijn allebei zo hersendood dat het best kan dat Inge zich vergist heeft. Bovendien is het een jaar of vier geleden dat ze een horloge heeft gehad.

Ze heeft het onderste boven gehouden. Het is elf uur plaatselijke tijd en we hebben pas vier geslapen. Maar nu zijn we op.