Plaatsing is alles

Gisteren fietste een vrouw door de Kinkerstraat in een groene jurk met rode bloemen. Het was zonnig en warm, haar jurk wapperde rond haar benen en haar donkere lange haar stroomde in de wind. Op haar schouders zat een groen met rode tropische vogel te kletsen en te schreeuwen. Het zag eruit alsof hij het naar zijn zin had en de vrouw, fier rechtop, leek trots op haar vogelvriend. De dag ervoor passeerde ik op dezelfde plaats een vrouw in een vrolijk gekleurde jurk met een deinende bos krullen op een fiets die drie keer zoveel bloem als fiets was.

Wachten voor de brug

De waarschuwing klinkt dat de brug opengaat en ik probeer nog snel langs twee gezellig keuvelende fietsers te glippen, maar strand toch achter het slome stel aan de verkeerde kant van de slagbomen. De zon schijnt en ik leun mezelf met fiets en al tegen de brugleuning zodat ik kan kijken. Het is één vrachtschip, zwaar geladen en laag in het water. Naast mij verzamelen zich steeds meer fietsers die straks als eerste onder de slagbomen door willen. Ik kijk naar de onderkant van de brug terwijl het schip traag onderlangs glijdt, een paar duiven scharrelen in de groengeverfde I-profielen.

Ja, het ziekenhuis

Ik loop het Lucas Andreas uit en zie een vader zijn jonge kindje op de grond zetten. Ze is nog geen twee. ‘Ga maar rennen,’ zegt hij. ‘Wil je rennen?’

Het meisje rent waggelend over de lange opgang richting entree. ‘Ja,’ roept ze blij, ‘ja, ziekenhuis.’ Ze kijkt lachend naar haar vader.